
'In vinexwijken wordt meer ingebroken en woedt vaker brand'; De aanleiding
NRC.NEXT
31 oktober 2014 vrijdag
Section: weten; Blz. 2
 Steffi Weber
Dat zei het Verbond van Verzekeraars in de jaarlijkse risicomonitor 
Je overweegt om in een vinexwijk te gaan wonen? Doe het niet. Daar wordt namelijk 15 procent meer ingebroken dan in vergelijkbaar stedelijk gebied. Althans, dat meldden verschillende media onlangs, waaronder de NOS en http://NU.nl. Mogelijke verklaring: veel tweeverdieners, die dure spullen hebben en overdag weinig thuis zijn. Een kleine week later waren vinexwijken opnieuw in het nieuws: er zou vaker brand woeden, namelijk 37 procent meer dan in omliggende wijken. Oorzaak waren opnieuw de tweeverdieners, die vaak niet thuis zijn om de brand op te merken. Bovendien bezitten ze veel elektronica en die is brandgevoelig. Beide berichten waren afkomstig van het Verbond van Verzekeraars. ,,Het lijkt mij wel erg vreemd", mailt lezer Robbert Karreman, die vermoedt dat de verzekeraars uit zijn op een premieverhoging. We checken twee beweringen: 1) Inbrekers slaan 15 procent vaker toe in vinexwijken dan in vergelijkbaar stedelijk gebied. 2) In vinexwijken woedt in vergelijking ook 37 procent vaker brand. 
Het Verbond van Verzekeraars brengt jaarlijks een zogeheten risicomonitor uit. Dit jaar bestaat deze uit twee delen: één voor woninginbraken en één voor woningbranden. Hiervoor hebben ze de brand- en inbraakclaims van de afgelopen vier jaar in kaart gebracht. De vinexwijken - massale nieuwbouw aan de rand van grote steden die tussen 1995 en 2005 is ontstaan - werden daarbij voor het eerst apart geanalyseerd. 
Het onderzoek is gebaseerd op het aantal schadeclaims. Maar wie met zekerheid iets wil zeggen over de inbraak- en woningbrandkans, kan beter kijken naar de feitelijke aantallen inbraken en woningbranden. Dat gaan we proberen te doen. Eerst de inbraken. Die staan geregistreerd in een database. Alleen: daarin staan de vinexwijken niet apart. De politie kan de stelling daarom niet bevestigen, maar zegt het geschetste beeld wel te herkennen. ,,Vinexwijken - in ieder geval sómmige - lijken inderdaad geliefd te zijn bij inbrekers", zegt een woordvoerder van het Korps Nationale Politie. Bij de branden ligt het wat ingewikkelder. Ook daar ontbreekt een landelijke registratie. En daar komt ook nog eens de vraag bij: wat is brand? Kleine brandjes zoals een vlam in de pan kunnen bewoners vaak zelf blussen. De brandweer heeft daar geen zicht op en kan ons daarom niet verder helpen. Dus komen we terug bij de claims: kunnen we aan de hand daarvan iets zeggen over het daadwerkelijke aantal branden en inbraken? Ja, meent het Actuarieel Genootschap, de club van verzekeringswiskundigen. Volgens hen mag je ervan uitgaan dat verzekerden in het geval van schade ook daadwerkelijk claimen. Zo'n 95 procent van de Nederlanders heeft een inboedel- en opstalverzekering, het aantal verzekerden kan in vinexwijken dus niet opvallend veel hoger liggen dan in andere wijken. Dan de percentages, 15 en 37 procent meer dan elders. Lex Olivier, ombudsman voor markt- en opinieonderzoek, kan zich wel voorstellen dat bewoners van vinexwijken - ,,hoge hypotheek, beperkt budget" - eerder geneigd zijn iets te claimen. De 37 procent lijkt hem aan de hoge kant. ,,Maar laat het 20 zijn, dan is de conclusie 'aanzienlijk hoger' nog altijd gerechtvaardigd." 
Het aantal inbraak- en brandschadeclaims komt volgens verzekeringswiskundigen redelijk overeen met het daadwerkelijke aantal branden en inbraken en het aantal verzekerden kan in vinexwijken ook niet veel hoger liggen dan elders. We wegen bovendien mee dat de politie de stelling wat betreft de inbraken waarschijnlijk acht. Hoewel het denkbaar is dat vinexwijkbewoners eerder geneigd zijn ook voor kleine schade een beroep te doen op de verzekering, is het verschil van 37 procent niet enkel verklaarbaar door afwijkend claimgedrag. 
De percentages vinden wij te stellig, maar we achten het waarschijnlijk dat er in vinexwijken vaker wordt ingebroken en meer brand woedt dan in vergelijkbaar stedelijk gebied. Daarom beoordelen we beide stellingen als grotendeels waar. 
 